De
geschiedenis van wat thans De Koornbeurs heet begint in 1295 als Floris
V het recht verleent een Vlees- en Broodhuis te bouwen. Hier kon
toegezien worden op een hygiënisch verantwoorde handel. In 1650 werd
het grootste gedeelte van het pand boven de kelder gesloopt, waarna
volgens Hollands Classicistische leest het fraai geornamenteerde pand
zoals we dat nu herkennen opgetrokken werd - uit steen, zoals verplicht
was gesteld na de stadsbrand in 1536. Nadat vlees dankzij
voortschrijdende conservatiemethoden niet meer centraal verkocht hoefde
te worden, verloor het pand in 1872 zijn functie en werd het ingericht
als korenmarkt, waarmee haar huidige naam verklaard is. Voor de Tweede
Wereldoorlog werd de kelder ondertussen gebruikt als fietsenstalling,
champignonkwekerij en militair commando-centrum, terwijl op de
bovenverdieping de korenhandel inmiddels ruimte had gemaakt voor de
handel in eieren en paardemest. Na de Tweede Wereldoorlog betrok de
reformatorische studentenvereniging SSRD de kelder, vanaf 1957 het
gehele gebouw.
Gelegen naast het manidristische
Delftse stadhuis van Hendrick de Keyser is De Koornbeurs één van Delfts
meest uitgesproken voorbeelden van het Hollands Classicisme, dat
halverwege de 17de eeuw veel navolging kent. De strikte classicistische
regels zijn voornamelijk terug te vinden in de mathematisch -en dus
volmaakt symmetrisch- opgestelde plattegrond en natuurlijk de voorgevel
van het pand. Enig meetwerk leert dat alle hoofdvormen uit louter
driehoeken en vierkanten bestaat, die zich tot elkaar verhouden conform
de Gulden Snede. Een ander onderdeel van het pand dat de aandacht
trekt, is de kapconstructie. De oksel van de U-vorm van de kap leverde
voor de constructeurs een uitdaging op met een resultaat dat gezien mag
worden.
In 1945, nadat de toenmalige SSRD
(societas studiosorum reformatorum Delft) in de Tweede Wereldoorlog een
aantal leden in verzet zag sneuvelen, werd de kelder van De Koornbeurs
door diezelfde SSRD betrokken als sociëteit. De SSRD groeide snel en
betrok in 1957 het gehele gebouw. In 1961 splitste CSR zich af van deze
vereniging na een vermeend conflict over het al dan niet gemengd
dansen. Ondertussen lieten de sixties en de seventies de vereniging
niet bepaald ongemoeid: de sfeer sloeg om van streng gereformeerd naar
uiterst socialistisch. Koornbeurzers waren vaste bezoekers van
politieke protestmarsen, en ook in eigen huis vonden fora, lezingen en
talloze discussies plaats. Het werd dan ook snel achterhaald gevonden
dat alleen leden deelnamen aan de activiteiten. Na een aantal elkaar
opvolgende naamwisselingen is de naam van de vereniging sinds 1992 Open
Jongeren Vereniging de Koornbeurs, met in haar statuten het 'stimuleren
van een kritische houding ten aanzien van de maatschappij' hoog in het
vaandel.
De huidige vereniging staat
voornamelijk bekend om de eettafel (waar voor 3 euro een prima maaltijd
geserveerd wordt), twee wekelijkse disco's, en een cultuurpodium waar
bijna wekelijks een cabaret of band gesignaleerd wordt. De talloze
activiteiten worden georganiseerd en uitgevoerd door de actieve leden
van OJV de Koornbeurs, die thans rond de 400 leden telt. Vooral dankzij
deze vrijwilligers heeft Delft een uitgaans- en ontspangelegenheid die
voor iedereen toegankelijk en betaalbaar is.
In 1996 werd Stichting Onderhoud
van de Koornbeurs (StOK) opgericht. Al snel werd duidelijk dat deze
stichting de grote taak stond te wachten het restauratie, inclusief het
hoognodige achterstallig onderhoud, uit te voeren na aankoop van het
pand van de gemeente Delft.
Het gebouw is anno 2003 weliswaar
technisch in goede staat, maar hiermee is alles gezegd. Alle zichtbare
elementen vertonen het verwoestende werk van de tand des tijds. Een
opsomming van de schade aan één van Delfs meest waardevolle monumenten
stemt somber: zuuraantasting van het natuursteen, verregaande
verroesting van ankers, lekkende dakgoten en zelfs verkeerd uitgevoerde
reparaties zijn maar een paar voorbeelden van de onderdelen die
restauratie behoeven.
De StOK heeft het moedige plan
opgevat om al deze schadeposten, stuk voor stuk, in een zo kort
mogelijke termijn weg te werken. Dit kost, zult u begrijpen, een
fortuin. Daarom wordt gezocht naar diverse methoden van financiering:
er wordt gezocht naar sponsors en een groot aantal subsidie-instanties
zijn aangeschreven. Van de zogenaamde EZH-gelden werd een bedrag
beschikbaar gesteld waarmee we een groot deel van de kosten kunnen
dekken. Maar zonder de hulp van sympathiserende groeperingen en
personen, zouden we het nooit kunnen redden.